Jimmy Brands zorgt voor exploot
Bron: Gazet Van Antwerpen 03/11/2000
BERENDRECHT - Tot dertig jaar terug hebben we gezocht, maar geen nationale kampioen grote fond gevonden in de provincie Antwerpen.
Wat Jimmy Brands dit jaar dus presteerde, mag gerust als een exploot bestempeld worden. Vanzelfsprekend is hij fier, al blijft hij er uiterlijk erg rustig bij.
"Wij zijn altijd in het nadeel bij nationale wedstrijden. Wij zitten hier aan de achterkant en dat betekent dat de duiven in vogelvlucht al vlug honderd kilometer meer moeten doen. Kilometers die voor de duiven het zwaarst doorwegen. Het vergroot alleen nog maar de waarde van mijn prestaties. Als ik twee kilometer verder woon, dan zit ik aan de voorkant in Nederland en sta ik daar nationaal nog altijd in het koppeleton."
Karakter
En dan over de kampioenen: "Ik heb dit kampioenschap voornamelijk gespeeld met acht duiven, verdeeld in twee groepen.
In de eerste groep, die Brive, Montauban en Narbonne hebben gevlogen, maken vooral mijn Blauwe As en mijn Grauwe 448 het mooie weer.
Het zijn de rechtstreekse afstammelingen uit duiven van Karel Huygen. De andere groep nam Cahors, Dax en Perpignan voor zijn rekening.
Dat zijn mijn Meeuwen, een ras van Tournier, dat ik heb verkregen via Jos Verkuyl."
En hoe worden ze voorbereid?: "Duiven voor de grote fond selecteren en sterken zichzelf. Ze moeten ook het karakter hebben om vol te houden.
Ik ben wars van vitaminekuren. Wel zorg ik voor eten van de beste kwaliteit, zeker in de ruitijd. En alle zondagen krijgen ze lookolie en biergist.
Verder dien ik ook thee uit brandnetel, salie, tijm, look en ajuin toe."
"Maar het belangrijkste is de training. Zowel 's morgens als 's avonds moeten mijn duiven een uur in de lucht blijven.
Zolang ze dat niet kunnen, zijn ze voor mij niet klaar om een wedstrijd te vliegen.
Dat is een vaste regel waar ik mij aan hou en die mij, zoals je ziet, geen windeieren heeft gelegd."
Jimmy Brands heeft zich inderdaad al naam en faam bijeengevlogen in het fondwereldje.
"Toch ben ik een late roeping. Mijn vader was in zijn tijd hier in de streek 1 van de beste vitessespelers, maar duiven interesseerden mij niet.
Voor 20 jaar kwam daar verandering in, ik was toen al 32. Je mag het dus gerust een late roeping noemen.
Nu kan ik geen duif meer dood doen, zo ben ik eraan verknocht. Ik verspeel ook heel weinig duiven.
Zij komen altijd naar huis. Dat zegt toch ook wel iets over hen en over mij."
